De winterslaap van de kikker

Kikkers zijn koudbloedige dieren. Dat betekent dat hun lichaams-temperatuur afhangt van de temperatuur van hun omgeving. Als ze teveel afkoelen, kunnen ze zich niet snel meer bewegen. In de herfst jagen ze daarom alleen nog maar midden op de dag, tijdens de warmste uren.

Als ook de middaguren te koud worden, kruipen ze weg in een kuiltje of op de bodem van een vijver en houden ze een winterslaap. Ze moeten er voor zorgen dat het een vochtige plek is, anders drogen ze uit.

Het is een diepere winterslaap dan die van een zoogdier. Zoogdieren worden af en toe eens wakker, kikkers niet. Ze worden heel koud, hun hartje klopt heel langzaam, hun bloed stroomt traag door hun lichaampje. Ze ademen bijna niet meer, ze ademen dan alleen nog maar door hun huid. Pas in het voorjaar komen ze weer te voorschijn.


In het maandblad Kijk van 8 oktober 2002 wordt in een artikel over extreem leven uitgelegd waarom kikkers niet bevriezen:
Enzymen worden bij temperaturen onder het vriespunt niet afgebroken; hun activiteit wordt slechts op een laag pitje gezet of tijdelijk gestopt. Het enige gevaar bij bevriezing is de vorming van ijskristallen. Die kunnen vlijmscherpe punten hebben en dwars door de celmembranen prikken, zodat de inhoud van de cel eruit lekt. De kikker heeft daar een goede truc op gevonden. Bij vorst vormen zich laagjes ijs tussen de huid en de spieren, en de lenzen slaan wit uit. Het bloed stopt bijna met stromen en de hartslag loopt terug tot zo'n vier slagen per minuut. Maar de lever van de kikker produceert grote hoeveelheden glucose, wat als biologisch antivries werkt. Het zorgt ervoor dat de ijskristallen klein blijven, zodat de cellen niet beschadigd raken. De inhoud van de cellen blijft vloeibaar, al wordt hij door de grote hoeveelheid glucose wel wat stroperig. Een unieke eigenschap van bepaalde soorten kikkers is dat ze met gemak bloedglucose-concentraties tolereren die honderd keer hoger zijn dan normaal. En dat terwijl de mens al last van zijn hart, bloedvaten, nieren, ogen en zenuwen krijgt als de suikerspiegel twee tot tien keer hoger is dan normaal. Kikkers kunnen op deze manier lange tijd temperaturen tot acht graden onder nul overleven.
Tekst van Cynthia Hegeman