Verslag van een metamorfose
De laatste weken hebben we regelmatig het typisch knorrende geluid gehoord dat de Bruine kikker maakt om een vrouwtje naar het water te lokken voor de paring en tot onze grote vreugde vinden wij vandaag, zondag 4 april 2004, kikkerdril in onze eigen tuinvijver.
Omdat Bruine kikkers al zo vroeg in het voorjaar hun eitjes leggen, en het water dan nog zo koud is, leggen ze de eitjes hoog in het water. Zo vangen ze de meeste zonwarmte. De klomp kikkerdril (duizenden kleine eitjes verpakt in een glibberig, doorzichtig omhulsel) hangt aan een waterplant. De bovenkant van de eitjes is bijna zwart, aan de onderkant zie je een kleine wittige vlek. Eitjes die niet bevrucht zijn worden grijs en later wit. Als eitjes beschimmeld zijn is het omhulsel niet doorzichtig maar heeft het een wittige waas.
|  Foto: Linda Tieke |
De eitjes worden langzaam langwerpig, na enkele dagen zie je in de eitjes een bolvormig kopje en een staartje. Er groeien neusgaten, aan beide kanten van de kop uitwendige kieuwen en aan de voorkant van de kop een zuignapje.
Hoe lang het duurt voor er een kikkerlarfje uit het eitje komt,
hangt vooral af van de temperatuur van het water. Als het water warm is, dus
als het al vroeg in het jaar mooi weer is, komen de eitjes sneller uit, maar
gemiddeld duurt het ongeveer 3 weken. |
 Foto: Linda Tieke |
Als een kikkerlarfje uit zijn eitje komt, zuigt het zich met het zuignapje vast aan een waterplant of aan het dril waar het uit gekomen is. Het blijft daar een tijdje hangen om verder te groeien.
Ademhalen doen ze de eerste dagen via de uitwendige kieuwen.
|
 Foto's: Linda Tieke
|
|
Een paar dagen later heeft het kikkerlarfje een mondje en oogjes gekregen en het staartje is nu ook sterk genoeg om er mee te kunnen zwemmen. Het is nu een kikkervisje. De uitwendige kieuwen zijn verdwenen, het kikkervisje heeft inwendige kieuwen. Kikkervisjes kunnen net als kikkers ook ademhalen via hun huid. Ze zijn lichtbruin van kleur met lichtere stipjes en een relatief lange staart. De dunne buikwand is doorzichtig.
Het kikkervisje eet eerst de geleimassa van het ei waaruit het is gekomen, daarna in het begin alleen wieren, algen en dode plantaardige en dierlijke delen, die in het water zweven en nog wat later ook hele kleine diertjes zoals watervlooien en muggenlarven.
|
 Foto: Linda Tieke
|
|
Na ongeveer zes weken begint bij een aantal kikkervisjes de metamorfose.
Als eerste verschijnen de achterpootjes.
De voorpootjes groeien tegelijk met de achterpootjes, maar die ontwikkelen zich in de kieuwkamer. Pas als ze volgroeid zijn breken ze door de kieuwopening heen.
Ondertussen groeien er ook longen en krimt de staart.
|
 Foto: Linda Tieke |
|
Nadat de voorpootjes zijn
verschenen sluit de kieuwopening en kunnen de kieuwen niet meer worden gebruikt om zuurstof
uit het water op te nemen. Ze ademen nu door de longen. De kikkervisjes worden slanker en beginnen steeds meer op een kikker dan op een visje te lijken. De ogen worden groter, het zuignapmondje wordt een echte kikkerbek. Ook krijgen ze kortere darmen.
De kleine kikker klimt het water uit met een restantje staart dat snel zal verdwijnen.
Na ongeveer 3 maanden is het een echte kikker in miniformaat, ongeveer 1,5 cm.
|
 Foto: Linda Tieke |
|