De Bruine kikker (Rana temporaria)

bruine kikker
Foto: Linda Tieke 

Familie: echte kikkers

De bruine kikker komt tot in alle uithoeken van Nederland voor. Hij leeft op vochtige plaatsen onder struikgewas en in weiden naast sloten. Hij gaat vooral 's nachts op jacht en komt alleen in de lente in het water voor de voortplanting.

De bruine kikker heeft een korte, stompe snuit en wordt ongeveer 11 centimeter groot. Mannetjes blijven kleiner dan vrouwtjes. Ze zijn variabel van kleur (bruin, roodbruin, geelbruin, grijsbruin, etc.) met een patroon van donkere vlekken en een lichte gemarmerde buik. Aan de zijkant van de kop, vanaf het oog tot aan de schouder heeft de Bruine kikker bijna altijd een grote, donkerbruine vlek. Tijdens de paartijd is het mannetje herkenbaar aan de forser gebouwde voorpoten en de paarborstels op de duimen en aan zijn spierwitte keel met een vaag blauwe schijn. De bruine kikker heeft een inwendige kwaakblaas zodat de roep zeer zacht is en nauwelijks 10 tot 20 m ver draagt.

Bruine kikkers zijn na 2 à 3 jaar geslachtsrijp. De Bruine kikker is samen met de Heikikker de eerste kikker die in het voorjaar aan de voortplanting begint. Voor de voortplanting gebruikt de Bruine kikker bij voorkeur een poel met een ondiepe oeverzone en enige plantengroei.

kikkerdril bruine kikker
kikkerdril
kikkervisje Bruine kikker
kikkervisjes

Ze leggen eiklompen op warme ondiepe plekken die aan de oppervlakte drijven. De bovenzijde van de eieren is bijna zwart, alleen aan de onderzijde is een kleine wittige vlek zichtbaar. De kikkervisjes van de bruine kikker zijn lichtbruin gekleurd. Ze hebben lichtere stipjes en een relatief lange staart.