De europese boomkikker (Hyla Arborea)

boomkikker
Foto: Silvia Reiche 

Familie: boomkikkers

De boomkikker is een kleine kikker met een lengte tot 4,5 centimeter. Hij is meestal gifgroen maar hij past zich aan zijn omgeving aan waardoor de kleur kan verschillen. Aan de zijkant van de kop heeft hij een zwarte streep, die vanaf het neusgat loopt. De boomkikker heeft een kwaakblaas onder de kin in plaats van aan de zijkanten van de kop. De boomkikker wijkt af van andere kikkers omdat hij zuignapjes aan de poten heeft. Hiermee kan hij op gladde en steile oppervlakten lopen en kan hij in planten klimmen.

Boomkikkers zijn zonaanbidders en zoeken de zonnige plaatsen op. Deze vinden ze vaak in de vorm van bramenstruiken. Deze bramenstruiken hebben bladeren waar de boomkikker goed op kan zitten. Bij gevaar kan de boomkikker snel beschutting zoeken. De boomkikker kan dan van de bladeren afspringen en kan schuilen tussen de doornen van de bramenstruik. De boomkikker wil overwinteren op beschutte plekken, zoals strooisellagen, houtwallen en oeverhoekjes. Boomkikkers worden ook aangetroffen in holen onder de grond (konijnenholen), boomholten, takkenhopen en soms in kelders of schuurtjes. De boomkikker is een pioniersoort en vertrekt als de leefomgeving niet meer aan zijn eisen voldoet. Zijn biotoop moet daarom groot genoeg zijn om aan zijn behoeften te voldoen.

De boomkikker leeft voornamelijk op het land en gaat alleen voor het paren het water in. De paring vindt ongeveer half april plaats. De eitjes worden op de waterplanten afgezet.

kikkerdril Boomkikker
kikkerdril
kikkervisje Boomkikker
kikkervisjes

De boomkikker heeft een poel nodig voor de voortplanting, die tot minimaal augustus water bevat. De eitjes en de larven zijn afhankelijk van water. Na de paring gaan ze het land op waar ze tot de winterslaap blijven.